Een uitbouw of aanbouw aan de achterkant van je woning is in veel gevallen vergunningsvrij. Maar de regels zijn preciezer dan "gewoon bouwen aan de achterkant". Diepte, hoogte, afstand tot de perceelsgrens en de ligging van je perceel bepalen samen of je een omgevingsvergunning nodig hebt. Dit artikel zet de regels overzichtelijk op een rij.
Vergunningsvrije uitbouw aan de achterkant
Een aanbouw of uitbouw aan de achterkant van een woning is vergunningsvrij als aan alle onderstaande voorwaarden is voldaan. Let op waar die maten vandaan komen: niet uit het Bbl. Artikel 2.29 van het Besluit bouwwerken leefomgeving somt de landelijk vergunningvrije gevallen op onder a tot en met r, en het bijbehorend bouwwerk staat daar niet bij. De maten hieronder komen uit de bruidsschat: overgangsregels die het Rijk bij de invoering van de Omgevingswet in elk omgevingsplan heeft gezet (meestal hoofdstuk 22). Dat betekent dat uw gemeente ze mag wijzigen, en dat zij ze vóór 2032 moet vervangen. Wij halen daarom per adres op wat er werkelijk in het omgevingsplan staat.
- Maximale diepte: niet dieper dan 4 m gemeten vanuit de oorspronkelijke achtergevel van de woning.
- Maximale hoogte: tot 3 m boven peil is de gebruikelijke grens. Daarboven mag een aanbouw aan het hoofdgebouw in de regel tot 5 m, mits hij niet meer dan 0,3 m boven de eerste verdiepingsvloer uitkomt.
- Afstand tot de perceelsgrens: een algemene eis van 1 m bestaat niet. Bouwen tot op de erfgrens mag doorgaans; wel kan uw omgevingsplan er iets over zeggen, en het burenrecht blijft gelden.
- Achtererfgebied: het bouwwerk staat in het achtererfgebied (achter de voorgevelrooilijn).
- Bebouwingspercentage: het gezamenlijk bebouwd oppervlak van bijbehorende bouwwerken overschrijdt niet 50% van het achtererfgebied, met een maximum van 150 m².
Voldoe je aan al deze maten? Dan is de uitbouw op nationaal niveau vergunningsvrij. Let op: het gemeentelijke omgevingsplan kan aanvullende eisen stellen.
Hoekpercelen: extra regels
Bij een hoekperceel grenst de woning aan twee openbare wegen of openbaar toegankelijke gebieden. De "zijkant" van het huis wordt dan beschouwd als een voorzijde. Dit heeft twee gevolgen:
- Een zijerf dat grenst aan openbaar toegankelijk gebied hoort niet bij het achtererfgebied. Dat begrip staat in bijlage I bij het Bbl; daarbuiten bouwen is niet vergunningsvrij.
- Het achtererfgebied is kleiner omdat twee zijden als "voor" worden behandeld.
Bij hoekwoningen is het essentieel om eerst de voorgevelrooilijn te bepalen aan de hand van het omgevingsplan of de kadastrale situatie. VergunningKompas doet dit automatisch op basis van het adres.
Plat dak vs. schuin dak
De hoogte van 3 m geldt voor de buitenzijde van het bouwwerk. Bij een plat dak is dit eenvoudig te meten. Bij een schuin dak (zadeldak of lessenaarsdak) geldt de maximale bouwhoogte aan de goot, niet aan de nok. Een schuin dak mag dus hoger zijn aan de nok, mits de goot de 3 m niet overschrijdt. Praktisch: een lessenaarsdak dat van 2,5 m naar 3,5 m loopt is toegestaan zolang de laagste kant 3 m of minder bedraagt.
Beschermde gebieden en monumenten
In de volgende situaties vervalt het vergunningsvrije regime:
- Rijksmonument of gemeentelijk monument: alle bouwactiviteiten die het monument kunnen aantasten vereisen een omgevingsvergunning voor de activiteit "monument".
- Beschermd stads- of dorpsgezicht: de gemeente beoordeelt de impact op het ensemble, ook aan de achterzijde.
- Omgevingsplan beperkingen: sommige gemeenten hebben in hun (tijdelijk) omgevingsplan beperkingen opgenomen voor specifieke woonwijken, zoals maximale bebouwingsdichtheid of specifieke bouwstijlen.
Checklist vergunningsvrije uitbouw
- ✔ Aan de achterkant van de woning (achter de voorgevelrooilijn)
- ✔ Maximaal 4 m diep vanuit de oorspronkelijke achtergevel
- ✔ Maximaal 3 m hoog boven peil
- ✔ Minimaal 1 m van de perceelsgrenzen
- ✔ Totaal bijbehorend bouwwerk max. 50% / 150 m² achtererfgebied
- ✔ Geen monument of beschermd gezicht
- ✔ Controleer omgevingsplan gemeente op aanvullende regels